Beernem
Beernem is een Belgische gemeente in het Vlaams Gewest. Ze ligt in de provincie West-Vlaanderen en hoort bij het arrondissement Brugge. De gemeente bestaat uit 3 dorpen: Beernem, Oedelem en Sint-Joris. Beernem ligt op 24 km ten zuiden van de Belgische kust. Brugge ligt op 11 km ten noordwesten, Gent op 30 km ten zuidoosten en Brussel op 80 km ten zuidoosten van Beernem. De gemeente heeft een afrit op de autosnelweg A10/E40 en een station langs de lijn Oostende – Brugge – Beernem – Gent – Brussel. In Brussel en Gent bevinden zich de dichtstbijzijnde stations met internationale treinverbindingen. In Oostende bevindt er zich een regionale luchthaven en in de nabijheid van de hoofdstad Brussel is er ook een internationale luchthaven.
Brugge / Bruges
Brugge/Bruges is de hoofdstad en met ongeveer 117.000 inwoners, de grootste stad van de Belgische provincie West-Vlaanderen. Bovendien is Brugge de bisschopszetel van de katholieke kerk voor het bisdom Brugge. De middeleeuwse stadskern werd in het jaar 2000 door de UNESCO tot cultureel werelderfgoed uitgeroepen. In 2002 was Brugge de Europese Culturele Hoofdstad. Brugge herbergt het gerenommeerde Europacollege (College of Europe) en beschikt over een belangrijke zeehaven in de deelgemeente Zeebrugge. De naam Brugge gaat terug op het Germaanse woord *brugjo [1] en betekent ‘brug’, resp. ‘balkengewelf’. Aanleiding voor deze benaming was een brug over de reien uit de Romeinse tijd, waarbij Balduin Eisenarm, de eerste uit het geslacht van de Graven van Vlaanderen, rond 892 een burcht bouwde tegen de aanvallen van de Noormannen.
Brugge kreeg in 1128 stadsrechten. In 1134 zorgde een stormvloed voor een vaargeul in de zee-inham het Zwin, zodat de stad daarna vrijwel onmiddellijk een vrije toegang tot de Noordzee kreeg. Brugge kon aan de internationale handel deelnemen. Er werden wolproducten uit Engeland en wijn uit de Gascogne ingevoerd terwijl Vlaams laken naar het buitenland werd verhandeld. De stad kreeg in 1200 het recht om een eigen jaarmarkt te houden. Al snel kwamen ook handelaren uit de Rijnstreek naar de stad en toen de Hanzestad begon uit te breiden, gebeurde ook hetzelfde met de activiteiten van kooplui uit Lübeck en Hamburg. In 1253 kreeg de stad van gravin Margaretha van Vlaanderen speciale privileges toebedeeld, zoals bijvoorbeeld het feit dat ze vanaf dat ogenblik lagere tol moest betalen. De Hanze stichtte in Brugge – naast het Stalhof in Londen en de Bryggen in Bergen – één van 3 Hanzekantoren aan de Noordzee, waarbij Brugge als beursstad de grootste omzet bereikte en zo de Hanze met markten buiten haar eigen gebied verbond. Van het centrum van dit Hanzekantoor, het Huis der Oosterlingen, zijn nog overblijfselen bewaard.
In de 15e eeuw werd Brugge door de Bourgondische Hertogen bestuurd, die de stad cultureel, architectonisch en economisch tot grote bloei brachten. Tegen het einde van de middeleeuwen was Brugge de rijkste stad van Noord-Europa. Op het einde van de 15e eeuw verzandde het Zwin en werd de stad zo van een directe toegang tot de zee afgesneden, waarop ook het Bourgondische Hof zich uit de stad terugtrok. Keizer Maximiliaan I perkte de rechten van de stad in en de rol van leidinggevende stad in Vlaanderen werd noodgedwongen aan Antwerpen afgestaan. De stad verarmde en kwam van 1524 tot 1713 onder Spaanse heerschappij. De Hugenotenoorlogen droegen verder bij tot het algemene verval. Er heerste een eeuwenlange stagnatie. Opeenvolgend heersten het Keizerhuis Habsburg (1713 tot 1975), Frankrijk (1975 tot 1815) en de Nederlanden (tot 1830) over Brugge. Daarna werd Vlaanderen (en daarmee ook Brugge) een deel van het nieuwe Koninkrijk België. De stad had vrijwel geen aandeel in de opkomende industrialisering.
Pas tegen het einde van de 19e eeuw werd Brugge enigszins opgemerkt als culturele stad, toen de auteur Georges Rodenbach de stad in zijn roman “Bruges la Morte”, beschreef. Toen in 1907 de aansluiting met de zeehaven Zeebrugge werd gerealiseerd, kreeg Brugge nieuwe economische perspectieven. Sinds 1949 herbergt Brugge het Europacollege (College of Europe) als gerenommeerde Europa-hogeschool. In 1960 werd de stad met de Europaprijs bekroond wegens zijn uitstekende inspanningen voor de Europese integratiegedachte. Vandaag profiteert Brugge nog van zijn eeuwenlange stagnatie aangezien de middeleeuwse stadskern quasi volledig intact bleef en de basis vormt voor een sterk bloeiend toerisme.